Nationaal Park Hollandse Duinen benoemt Eveline Buter als directeur
Mrt 2026 Per 23 maart treedt Eveline Buter aan als nieuwe directeur van Nationaal Park Hollandse Duinen. Ze zal zich gaan richten…
Lees meer
Onlangs stemde de gemeenteraad van Rijswijk in met de Natuurwaardenkaart, een gereedschapskist voor natuurinclusief bouwen. Elke buurt in Rijswijk heeft nu zijn eigen mix aan doelsoorten, elk met specifieke wensen voor hun leefomgeving. Door vanaf de start te bouwen met die natuurwaarden in het achterhoofd, komen groene verbindingen tot stand die de biodiversiteit versterken. “We kijken niet alleen naar de mens maar ook naar de natuur”, zegt Dave Matser, die de Natuurwaardenkaart heeft opgesteld.
Dave Matser heeft een achtergrond als bioloog en is beleidsmedewerker groen bij de gemeente Rijswijk. Hij ontwikkelde de Natuurwaardenkaart als extra toevoeging aan het nieuwe groenbeleid. “De gemeenteraad van Rijswijk heeft hoge ambities”, zegt hij. “In het groenbeleid zien we heel Rijswijk als stadsbiotoop, waarbij we ook alle woon- en werkgebieden als natuur bestempelen. Door natuurinclusief te bouwen, zorgen we ervoor dat we niet alleen naar de mens kijken maar ook naar de natuur. Om dat te kunnen uitvoeren, was dit extra stuk beleid nodig.” De Natuurwaardenkaart is de gereedschapskist voor landschapsarchitecten en projectontwikkelaars en het is het instrument om de maatregelen te monitoren.
We sturen op de maatregelen, niet op de soort
De Natuurwaardenkaart is een praktisch document, kort en krachtig geformuleerd, met links naar online kaarten, doelsoortenrapportages en het plantoetsingskader. Hoe is de keuze voor doelsoorten in elk gebied tot stand gekomen? “Dat was wel een uitzoekwerk,” lacht Dave. “Elke buurt heeft een eigen ecosysteem. Bij veel hoogbouw kiezen we bijvoorbeeld eerder voor een zwarte roodstaart die graag hoge uitkijkposten heeft, en bij platte daken voor een scholekster die daarop kan broeden. Leidend waren de icoonsoorten die de provincie Zuid-Holland heeft aangewezen. Bovendien willen we niet te veel overlap tussen de soorten, dus we zochten afwisseling in de habitats. Uiteindelijk sturen we niet op de soort zelf, maar op de maatregelen. Dus we kijken niet of een bepaalde soort daadwerkelijk aanwezig is, dat zou ook erg arbeidsintensief zijn en een momentopname. We monitoren op de basiskwaliteit natuur: hoeveel gelaagdheid zit er in een gebied, de aanwezigheid van struiken, van water, het aantal nestkasten. Het hogere doel is om een goed ecosysteem te creëren.”
Voorbeeld: de bittervoorn
Een voorbeeld van een doelsoort in de Stadsparkzone is de bittervoorn. Dit visje komt voor in stilstaand water en eet onder andere zoetwatermosselen. In deze omstandigheden gedijen ook andere soorten die daarop kunnen ‘meeliften’, zoals groene kikker, libelle en fuut. Naast verblijfplaats, voedsel, veiligheid en variatie is ook verbinding een belangrijke inrichtingseis. In zo’n waterplas moeten bijvoorbeeld duikers een doorsnede van 70 cm hebben, waarvan een kwart niet onder water staat. Daardoor kunnen allerlei soorten veilig de oversteek naar andere buurten maken.
Punten voor biodiversiteit
Aan de Natuurwaardenkaart is het plantoetsingskader gekoppeld. Dat werkt met een puntensysteem. Elke natuurinclusieve maatregel, zoals het planten van een boom of het toevoegen van nestkasten, levert punten op. Op basis van de grootte van het plangebied moet de ontwikkelaar een bepaald aantal punten halen. Hij mag zelf weten hoe hij die punten verdeelt, maar de randvoorwaarde is dat het de juiste maatregelen zijn voor minimaal een tot drie doelsoorten in het gebied.
“Het puntensysteem is gericht op biodiversiteit, maar er zijn zeker verbanden met klimaat en gezondheid”, zegt Dave. “Alle maatregelen samen zorgen voor een stabiele natuur die zichzelf in stand houdt zonder dat de mens hoeft in te grijpen. Als er bijvoorbeeld genoeg huismussen zijn die de eikenprocessierupsen opeten, en niet alleen maar eiken maar ook andere bomen, voorkom je dat er een plaag ontstaat.”
Ontwikkelaars, woningbouwcoöperaties en andere stakeholders waren tijdens de participatie niet allemaal meteen enthousiast, merkte Dave. “Het toevoegen van extra regels ligt gevoelig. Het was voor sommigen een drempel om ze mee te krijgen. Maar als je nu al natuurinclusief gaat bouwen, voorkom je dat de ontwikkeling in de toekomst weer stil komt te liggen vanwege te weinig biodiversiteit. We willen hiermee de bouw dus uiteindelijk versnellen. Het lijkt veel om in te vullen, maar een ontwikkelaar moet altijd al over dit soort maatregelen nadenken. Dit plantoetsingskader helpt ze om sneller door het proces heen te gaan. Het is nu nog niet in het omgevingsplan opgenomen, dus nog niet afdwingbaar. We zitten in een testfase en we vragen projectontwikkelaars en woningbouwcoöperaties om ons te helpen door het in te vullen, zodat we samen kunnen kijken wat er mogelijk is.”
Het nationaal park begint bij de voordeur
Voor Dave is de verbinding met Nationaal Park Hollandse Duinen in het groenbeleid wel helder: “Doordat we Rijswijk zien als een stadsbiotoop, sluiten we aan bij de ambitie van Hollandse Duinen, dat het nationaal park bij de voordeur begint. Onze wethouder Mark de Wit is heel enthousiast over Nationaal Park Hollandse Duinen, maar ik denk dat het feit dat we onderdeel van het nationaal park zijn in de organisatie nog meer kan gaan leven.”
Heeft Dave nog tips voor partnergemeentes die ook natuurinclusief willen gaan werken? “Je hoeft het wiel niet uit te vinden, het puntensysteem bestaat al. Ik kan de organisatie Nest Natuurinclusief aanraden, die samen met jou kijkt welke doelsoorten bij jouw gemeente passen en wat je ermee wilt bereiken. Als bioloog vind ik het heel leuk om resultaat te zien en om echt impact te hebben op een groenere leefomgeving.”
Altijd het laatste nieuws in je inbox? Schrijf je nu in voor de partner-nieuwsbrief!
Inschrijven